Uit de dag

‘Ik vind het altijd zo raar, dan zijn ze vegetariër maar dan eten ze wel vis. Dat is toch ook zielig, hoe die vissen dood gaan,’ zegt de moeder van de boerin.
‘Eet jij wel vis?’ vraagt de boerin aan mij.
‘Nee, ik eet geen vis.’
‘Maar je bent geen veganist?’
Nee, ik eet wel eens een ei en ik drink biologische melk en yoghurt.
‘Dat begrijp ik niet, daar heb je toch ook dieren voor nodig? Dan moet een koe ook een jong krijgen voordat ze melk geeft,’ gaat de moeder verder.
‘Daar heb je ook dieren voor nodig,’ herhaal ik.
‘Dan kun je beter veganist zijn.’ Ze kennen iemand die is veganist en die loopt op klompen.
Pas toen de boerin mij hun winkeltje liet zien en het vlees wat ze verkopen onder mijn neus hield vertelde ik dat ik vegetariër ben.
Ik had al een boeiende rondleiding op de boerderij gehad. De boerin legde ook uit hoe ze verantwoord met de dieren omgaan. Ik had met een open houding geluisterd en geprobeerd me te verdiepen in hun gedachten over het houden van de dieren waarin veel stiertjes, zoals zei het noemde, via de diepvries gaan. Niets had ik gezegd over mijn ideeën over het niet eten van dieren.
Het gevoel wat ik had was dubbel: aan een kant kon ik zien dat zij echt wel om hun dieren geven en voelde het alsof ik terug ging in de tijd waarbij ik moest denken aan de schilderijen van Paulus Potter. Aan de andere kant worden er dieren geslacht, wat ik toch erg pijnlijk vind.
Ondanks dat ik niet oordeelde over hun visie op dieren werd ik na de tour dus toch aangevallen.
Zo is dat vaak gegaan. Ik hoef alleen maar te vertellen dat ik vegetariër ben of mensen hebben kritiek en vinden je keuzes bijvoorbeeld inconsequent: je hebt toch leren schoenen, blaadjes hebben ook gevoel, wij zijn nou eenmaal vleeseters.
Of mensen gaan expres praten over hoe lekken vlees wel niet is, of vleeswaren zijn.
In die drieëntwintig jaar dat ik vegetariër ben heb ik al heel wat respectloze opmerkingen te horen gekregen.
Mensen zien het blijkbaar als een aanval als je alleen al meldt dat je vegetariër bent. En je krijgt kritiek op de dingen die je niet laat, zoals zuivel consumeren. Als mens heb ik ergens een grens getrokken zoals iedereen toch zijn eigen grenzen trekt. Bij mij ligt deze bij het eten van dieren. Ik vind het vreemd dat ik me als vegetariër zou moeten verdedigen tegenover mensen die vlees consumeren alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Als vegetariër spaar je 664 tot 789 dieren aangenomen dat je volgens het Nederlandse gemiddelde eet en op een gemiddelde leeftijd sterft. En dan heb ik het nog niet over de grote voordelen voor het milieu.
Onder andere door vegetariër te zijn lever ik een bijdrage aan een betere wereld.
Net als de mensen op deze boerderij die streven naar een dierwaardig bestaan.