Columns

 

VERPLICHT KNOPPEN

Door het glas kijk ik naar sieraden met amethist en rozenkwarts. Het gehuil in het hokje vlak naast mij wordt steeds erger. Een meisje van een jaar of vier met blonde lokken staat bij de ingang met een geschrokken gezicht het hokje in te kijken. Ik probeer me te concentreren op de sieraden maar dat valt niet mee met die zielige geluiden die de ruimte vullen.

‘Wilt u het hoofdje en de armpjes even vasthouden want anders willen ze het pistool nog wel eens weg slaan,’ hoor ik de winkelbediende zeggen.

Het meisje voor het hokje kijkt nog steeds beteuterd en uit het hokje klinkt de moeder: ‘ga even naar haar toe ze heeft het er moeilijk mee.’

De vader loopt naar het meisje toe en probeert haar gerust te stellen; ‘Er is niets aan de hand.’

Dit lijkt mij niet in overeenstemming met het harde gehuil. De vrouw met het pistool hoor ik een paar keer sorry zeggen.

‘Het geeft niet,’ reageert de moeder. Even later komen ze naar buiten. Het blijkt een baby te zijn die zo is toegetakeld! Ze zit met een verhit gezichtje met haar nieuwe knoppen in de oren in de buggy.

‘Wat een mooie oorbellen,’ zegt de vader terwijl ze de winkel uitwandelen. Ik roep een andere verkoopster om een paar oorbellen te mogen zien uit de glazen kast. ‘Wat zielig, het is nog maar een baby,’ zeg ik tegen haar.

‘Ach ja ze willen dat graag,’ zegt het meisje met het donkere haar vergoelijkend.

‘Die baby?’ vraag ik.

‘Nee, die kan nog niet beslissen.’

‘Precies,’ reageer ik.

 

KRANTZIT

Al dagen kwamen de muren op me af. Ik kon alleen op mijn rug en op mijn rechter zij liggen. De voorkamer van mijn huis uit 1903 is maar klein. Elke dag verwelkomde ik familie of vrienden. Ze brachten boodschappen voor een makkelijke maaltijd mee. Deze kon ik met één hand bereiden zodat ik met de andere hand kon steunen op een kruk. Af en toe hinkte ik naar de vriezer in de oude paardenstal om een ice-pack te pakken die ik op mijn heup legde. De koude gel verdoofde het branderige gevoel veroorzaakt door een slijmbeursontsteking. Als de nacht fluisterde door het raam leek het vuurtje in mijn heup nog feller. Ik kon niet slapen en zapte langs de meest liefdeloze seks op de televisie. Getroost voelde ik me door mijn hond Indy die naast me lag op de houten vloer. Regelmatig legde hij even zijn kop op mijn schoot.

Vandaag winnen mijn wil en wanhoop het van mijn protesterende heup. Ik moet eruit. Mijn hele zijn schreeuwt om een omgeving zonder begrenzingen.
De zon schijnt. Het nummer ‘You’re a dirty old man,’ van The Three Degrees heeft zich zonder toestemming in mijn hersenpan genesteld. Door de vermoeidheid klinkt de muziek luider in mijn hoofd en kan ik de ‘repeatknop’ niet uitzetten.

Voorzichtig fietsend vind ik mijn weg door het plantsoen op zoek naar een rustieke plek. Ik kan eindelijk genieten aan het water met de blauwe lucht boven me en zwierige bomen om mij heen.

Indy en ik komen uit aan de andere kant van het park. Een rood roze gestreepte wikkeldoek leg ik over het hoge gras. Mijn mobieltje heb ik in mijn hand. Na een minuut of tien verschijnt er een man aan de overkant van de vijver. Bij het bankje zet hij zijn fiets neer. Hij legt kranten op het bankje voordat hij plaatsneemt. Zou hij heel netjes zijn vraag ik me nog af, maar die gedachte ben ik snel kwijt. De handelingen volgen elkaar spoedig op en voordat ik het weet heeft hij zijn penis uit zijn broek gehaald om zich vervolgens af te gaan trekken.
Help.
Hij kijkt naar mij terwijl hij zo bezig is en ik roep geschrokken en gebarend met mijn mobiel;
‘Ik bel de politie.’
Hij maakt zijn broek weer vast, rolt de krant weer netjes op en heeft als weerwoord;
‘Ik kan er toch ook niks aan doen.’
‘Ik kan er toch ook niks aan doen?’ antwoord ik verbouwereerd.

Hij fietst gauw weg.

Even later komen er drie dames aangelopen. Ik zie ze op het desbetreffende bankje plaatsnemen.
Ik kan het niet laten om naar de dames toe te fietsen.
‘Er zat hier net een man op dit bankje zichzelf te bevredigen terwijl ik aan de overkant lag.’
‘Wat? Hier? Gatver.’
De dames springen op van het bankje.
Hij zat op een krant, voeg ik er aan toe.

 

 

CAPPUCCINO EN OTMAN

Mijn gele fiets zet ik alleen op het vaste slot. Vanaf het terras kan ik hem in de gaten houden. De stoelen en tafels zijn voor het oude gebouw van Humanitas uitgestald. Twee mannen staan onder een parasol te kletsen. Eén herken ik.

Hij heeft zwarter haar dan ik me herinner, het reikt nog steeds omhoog. Zijn huid is gebruind en zijn ronde wangen glimmen. Enthousiast kijkt hij mij aan.‘Hi, how are you doing?’ vraagt hij.

We geven elkaar een hand. Hij neemt een trekje van zijn sigaret.

‘I’m fine and you? reageer ik.

‘This is my taalcoach,’ zegt hij kijkend naar de donkerblonde man naast hem.

‘You went to a different class, with a higher level,’ zeg ik.

Hij kijkt naar het decolleté van mijn zwart wit gestreepte jurkje.

‘We are going to sit over there,’ hij wijst naar het bankje dat tegen de A-kerk aan staat.

‘Do you stay here?’ vraagt hij.

‘Yes I stay here,’ antwoord ik.

‘Is het goed als ik gewoon een koffie neem?’ vraag ik aan de oudere Aziatische serveerster.

Het is etenstijd en de menukaarten liggen op de tafels.

‘Een cappuccino,’ zeg ik.

‘Dat is geen gewone koffie, glimlacht ze.’

Aan de andere kant van de zilverkleurige ronde tafel zit een donkere man met een groen poloshirt.

‘Lekker weer,’ zegt hij.

‘Het is zeker lekker weer,’ reageer ik.

‘In mijn land is het altijd dit weer,’ vervolgt hij.

‘Waar kom je vandaan?’ vraag ik.

‘Uit Eritrea, nu in de zomer is het wel kouder, vijftien graden of zoiets,’ zegt hij.

De serveerster komt het gebouw uit en mompelt en gebaart dat hij weg moet gaan.

Hij zal wel te weinig consumeren op het terras bedenk ik me.

Het gesprek aan de overkant bij het bankje is afgelopen. De man gekleed in een zwart T-shirt en korte broek, loopt energiek naar me toe. Hij pakt een stoel van de andere kant van de tafel en gaat schuin voor mij zitten.

‘I forgot your name,’ zeg ik.

‘Otman and yours?

‘Ah yes Otman, Janine.’

‘I know you from the ‘mis’,’ zegt hij.

Hij wijst richting het Zuiderdiep.

‘Oh you mean from church?’ zeg ik omdat ik aan de synagoge moet denken.

‘No the Maze,’verbetert hij mij.

‘We had sex,’ zegt hij.

‘No we didn’t, zeg ik verbaasd.

‘It was you,’ gaat hij verder.

‘No, I would know,’ reageer ik perplex.

‘I met you in the sexshop,’ gaat hij verder.

Hij bestudeert mijn gezicht nauwkeurig op zoek naar bevestiging.

‘I know you from the Alfa College,’ verweer ik mij.

 

 

‘The Admiraal de Ruyterlaan?’ vraagt Otman

‘No, Floreshuis,’ antwoord ik.

‘Do you remember Ole the teacher?’ vraag ik.

‘Yes I know him.’

‘You lived in Norway and Greece,’ zeg ik.

‘Yes that is true,’ reageert Otman.

‘Where do you come from?’ vraag ik.

‘Afganistan,’ antwoord hij.

‘Ah yes I remember,’ zeg ik.

 

‘We had sex,’ houdt hij vol.

‘No I would know, you insult me,’ zeg ik.

Otman kijkt bedenkelijk.

Ik vraag me af of er mensen meeluisteren.

‘I was with friends, we were drunk. They took me to the sexshop,’ vervolgt hij zijn relaas.

‘That must be the reason: you where drunk, you don’t remember properly,’ zeg ik.

‘I was’t that drunk,’ zegt hij.

‘There was a woman who asked if I wanted sex and I thought, why not,’ gaat de uitleg verder.

‘I have a girlfriend.’

‘You have a girlfriend,’ herhaal ik verbaasd.

‘It was you, the woman really looks like you. You have the same face,’ hij bestudeert onophoudelijk mijn gezicht.

‘It wasn’t me, I would know,’ zeg ik nog steeds verbaasd.

‘Maybe she looks like me,’ probeer ik.

Mijn volharding wint van zijn verwarring.

‘You have the same face, maybe she is a lookalike,’ zegt hij.

‘I’m really ashamed now, this is very embarrassing,’ zegt hij nu terughoudend.

Otman zijn houding slaat om, hij zit ongemakkelijk op zijn stoel en staat op.

‘I’m sorry.’

Hij verlaat met flinke pas het terras.

‘Ik wil graag de cappuccino afrekenen,’ zeg ik binnen tegen de Aziatische dame.