De zwarte draak

Een grote zwarte gedaante,
links naast mijn bed op de kindervleugel.
Mijn angst vult de zaal.

Komt het uit de duisternis?
Komt het zwart mij halen?
Ben ik dan zo slecht?
Waarom ben ik niet thuis?
Iedereen heeft mij verlaten.
 
Het is een draak, een liefdevolle draak
zie ik nu.
Hij knielt naast mijn bed
en komt mij redden.
Hij neemt mij in zijn armen.
 
We gaan door het raam,
we gaan door de lucht.
Mijn lichaam ingepakt in verband
als een mummie.
 
Word ik weer vrij?
Zijn jouw vleugels mijn vleugels?
Ben ik nooit meer alleen?
Ik ben nooit meer alleen.
 
Ik heb vleugels en een vriend.
 
 
© Janine Spoelman